Soorten vulstoffen

Er zijn twee soorten vulstoffen.

De eerste groep bestaat uit inerte type-1 vulstoffen. Deze hebben geen K-waarde en worden uitsluitend gebruikt om de ruimte tussen de cementkorrels op te vullen. Kalksteenmeel is de meest gebruikte inerte type-1 vulstof in beton.

Er zijn ook reactieve type-2 vulstoffen. Deze vulstoffen reageren met cement en verharden tot betonsteen. Bekende voorbeelden zijn poederkoolvliegas en hoogovenslak. Type-2 vulstoffen hebben veelal een K-waarde. Dit betekent dat deze vulstoffen voor een klein deel meegerekend mogen worden als bindmiddel.

Niet alle vulstoffen mogen aan elk soort beton worden toegevoegd. Zo is niet elke vulstof geschikt en toegestaan in constructief beton.

Attestvulstoffen

Mixer onderweg

Zowel type-1 als type-2 vulstoffen kunnen worden geattesteerd. Door onderzoek wordt eerst aangetoond dat een bindmiddel met een bepaalde hoeveelheid vulstof gelijkwaardig is aan een bindmiddel dat alleen uit cement bestaat. De aangetoonde vervanging van cement door vulstof wordt geattesteerd en daarna KOMO-gecertificeerd. Betonfabrieken mogen vervolgens onder attest een maximum percentage vulstof volledig meetellen als bindmiddel. Hiermee realiseert men bij gelijke mengverhoudingen een lagere watercementfactor. Ook is het mogelijk om een deel van de cement te vervangen door de attestvulstof. Hierdoor hoeft bij een gelijke watercementfactor minder cement te worden gebruikt.

Een attest is alleen geldig in een onderzochte combinatie van een vulstof en een cementsoort. Conovation heeft meer dan dertig attesten met drie soorten kalksteenmeel van twee producenten waarmee wij al jarenlang samenwerken.

 

 

CVH logo txt CVH/Carbocia: CVH produceert een hoogwaardig roomwit kalksteenmeel in Rinxent, Noord-West Frankrijk

 

 

logo carmeuseCarmeuse: Carmeuse produceert hoogwaardig kalksteenmeel in verschillende groeves in België

Lees onderaan de pagina meer over de toepassingen van onze vulstoffen.

Interesse gewekt?

Bereken dan jouw kosten besparing of neem contact op

Het gebruik van attestvulstoffen levert besparingen op in geld en in CO2. Wel vraagt het gebruik om extra aandacht voor een optimaal resultaat. Vandaar dat Conovation klanten ondersteunt in het volledig benutten van de potentie van kalksteenmeelattesten.

Betonmuur met groen

Kostenbesparing

Hulp bij kostenbesparing

Het vervangen van cement door goedkopere vulstoffen vereist de nodige aanpassingen in het productieproces. Conovation levert goedkopere cementvervangende vulstoffen én adviseert over de juiste toepassing ervan. Hierdoor maximaliseer jij als klant jouw cementreductie en kostenbesparing.

Beton kolencentrale

CO2-reductie

Hulp bij CO2-reductie

CO2-reductie gaat verder dan het vervangen van cement door een vulstof met een lagere CO2-uitstoot. In de hele betonfabriek lopen energiestromen die direct of indirect CO2 uitstoten. Denk aan gas voor verwarming en stroom voor productie. Wij adviseren in het reduceren van de totale CO2-footprint.

Welke kalksteenmeelattesten zijn er?

Het gebruik van kalksteenmeelattesten is geregeld in de BRL 1802 en wordt gecontroleerd door KIWA. Conovation heeft diverse attesten ingericht die ook geregistreerd staan bij zowel KIWA als KOMO.

Conovation heeft een keur aan attesten ingericht voor de volgende drie vulstoffen:

  1. Conovfil CR98,  een roomwit kalksteenmeel uit Noord-Frankrijk, geproduceerd door CVH
  2. Calcitec 2001M, een lichtgrijs kalksteenmeel uit Zuid-België, geproduceerd door Carmeuse
  3. Calcitec 2001A, een grijswit kalksteenmeel uit Zuid-België, geproduceerd door Carmeuse

Met deze kalksteenmelen zijn verschillende attesttypen te maken waarmee cement kan worden vervangen.

Voor de volgende attesttypen met kalksteenmeel heeft Conovation onderzoeken uitgevoerd die de gelijkwaardigheid aantonen in verschillende combinaties met cement en hoogovenslak. Deze producten betrekken wij van onze trouwe partners CVH en Carmeuse, waarmee wij al jaren succesvol samenwerken.

Attesttypen

  1. CEM I + KSM
  2. CEM I + GGBS + KSM
  3. CEM I + CEMIII/B + KSM
  4. CEM IIB/S + KSM
  5. CEM IIIA + KSM

In deze combinaties mag men onder attest een bepaald percentage van het bindmiddel vervangen door kalksteenmeel in de milieuklasses:  X0, XC1, XC2, XC3, XC4, XF1, XF3, XA1, XA2, XA3.  Het percentage kan per attesttype en per milieuklasse verschillen.

In de praktijk zal veelal iets minder dan de maximale vervanging worden toegepast. Dit is afhankelijk van de gewenste eindsterkte en ontkistingssterkte. Ook verwerkbaarheid kan een rol spelen in hoeveel er maximaal kan worden vervangen.

Per combinatie van een cement, een attesttype en een kalksteenmeel moet een gelijkwaardigheidsonderzoek worden uitgevoerd. Voor vele combinaties heeft Conovation deze onderzoeken uitgevoerd. Als een combinatie wordt gemist, kunnen we deze op verzoek alsnog laten uitvoeren en in onze lijst van attest laten opnemen. Dit proces duurt ongeveer twee maanden.

Een klant mag deze attesten gebruiken na het tekenen van een attest-licentieovereenkomst. Deze overeenkomst dient voor de Kiwa als bewijs dat het geproduceerde beton voldoet aan de KOMO-eisen van attestbeton volgens de BRL 1802.

Hoe zijn kalksteenmeelattesten toe te passen?

Vulstoffen onder attest geven drie mogelijke resultaten:

  1. Gedeeltelijke cementvervanging
  2. Verlaagde WBF bij gelijk recept
  3. Betoneigenschappen door hogere waterdosering

Gedeeltelijke cementvervanging

Met vulstoffen onder attest kan een gedeelte van de cement een-op-een worden vervangen door een vulstof. Dit betekent dat de vulstof voor honderd procent als bindmiddel mag worden meegerekend.

Verlaagde WBF bij gelijk recept

Met een vulstof onder attest is het ook mogelijk om bij een gelijk mengsel een lagere WBF te behalen. Dit leidt tot een beter milieuklasse of tot een hogere waterdosering binnen de geldende milieuklasse.

Voorbeeld

Een betonmengsel met een WCF van 0,5 bij een cementdosering van 300kg en 50kg KSM als vulstof voor de stabiliteit.

In dit mengsel mag maximaal 0,5 x 300 = 150 liter water worden toegepast om zo aan de gewenste WCF te voldoen. Als het kalksteenmeel zou worden meegerekend, bedraagt het bindmiddelgehalte 350kg.  Bij een gelijke waterdosering wordt de WBF 150/350 = 0,43, welke 14% lager is dan het oorspronkelijke recept. Door het verlagen van de WBF voldoet hetzelfde mengsel nu aan een andere milieuklasse.

Betoneigenschappen door hogere waterdosering

In bepaalde gevallen is een hogere waterdosering wenselijk. Gebaseerd op het bovengenoemde voorbeeld kan bij een gelijke WBF nu 0,5 x 350 = 175 liter ofwel 25 liter extra water worden gedoseerd. Dit kan in bepaalde situaties gewenst zijn. Bijvoorbeeld als extra marge voor een betere verwerkbaarheid.

 

 

 

Attest bestanden

In de downloads zijn de attesten te vinden. Op elk attest staat precies vermeld hoeveel cement kan worden vervangen in verschillende milieuklassen, per attesttype, per kalksteenmeel en per cementcombinatie.

Beton met uitzicht over ber

Heb je vragen?

Neem gerust contact met ons op